Blues gitaar leren spelen

Pride and Joy leren spelen: Stevie Ray Vaughan intro uitgelegd

Jan Vermeulen Jan Vermeulen
· · 8 min leestijd

Stevie Ray Vaughan's “Pride and Joy” is veel meer dan een leuk liedje; het is een standaardwerk voor elke gitarist. De intro klinkt simpel, maar zit vol spanning en gevoel.

Inhoudsopgave
  1. Waarom deze intro zo iconisch is
  2. De basis: Akkoorden en toonsoort
  3. De ritmische kern: De shuffle
  4. De klank: Gitaar en versterker
  5. Stap-voor-stap: De intro spelen
  6. Technieken: bending en vibrato
  7. Veelvoorkomende fouten
  8. Conclusie

Het is een van die nummers die je direct herkent zodra de eerste noten klinken.

In dit artikel duiken we in de legendarische intro van “Pride and Joy”. We kijken niet alleen naar de akkoorden, maar ook naar de specifieke klank en de techniek die dit nummer zo iconisch maken. Of je nu beginner bent of al wat langer speelt, deze uitleg helpt je om de essentie van dit bluesrock-klassieker te vangen.

Waarom deze intro zo iconisch is

“Pride and Joy” verscheen in 1983 op het album Texas Flood. Het nummer is een eerbetoon aan twee dingen die Stevie Ray Vaughan het meest dierbaar waren: zijn gitaar (die hij 'Pride' noemde) en zijn vrouw (die hij 'Joy' noemde).

De kracht van de intro ligt in de eenvoud. Het is een gestage, pompende shuffle die direct een groove neerzet.

Je hebt geen complexe solo nodig om indruk te maken; deze riff alleen al doet het werk. Vaughan speelde deze partijen vaak hard en met veel gevoel, waardoor de gitaar bijna gaat "zingen". Het is een perfect voorbeeld van hoe je met weinig noten toch een enorm geluid kunt creëren.

De basis: Akkoorden en toonsoort

De intro van “Pride and Joy” draait om een simpele maar effectieve akkoordprogressie.

Het nummer staat in de toonsoort E. De basis is een 12-matige bluesvorm, maar de riff die we hier bespreken, concentreert zich op de eerste maten. De belangrijkste akkoorden die je nodig hebt, zijn E7, A7 en B7.

In de intro hoor je vooral de E7 en de A7. De manier waarop Vaughan deze akkoorden speelt, is wat het speciaal maakt.

De E7 en A7 akkoorden

Hij gebruikt geen standaard 'barre' akkoorden, maar speelt ze voornamelijk op de lage snaren met open snaar erbij.

Dit geeft een rijke, volle klank. Voor de E7 speel je de lage E-snaar open, en voeg je noten toe op de A- en D-snaar. Vaughan speelde deze vaak met een specifieke vingerzetting die de gitaar laat resoneren. De A7 is de volgende stap in de riff.

In plaats van een standaard A-akkoord, gebruikt Vaughan hier een combinatie van de open A-snaar en noten op de D- en G-snaar. Dit zorgt voor een mooie overgang zonder dat je je hand te veel hoeft te verplaatsen.

De B7 in de riff

De kunst is om de noten strak en duidelijk te laten klinken, zonder dat de open snaren storen. Hoewel de B7 vaak als overgangsakkoord wordt gebruikt, zit er in de intro een specifieke beweging naar de B7 toe. Vaughan speelde deze niet als een volledig akkoord, maar meer als een ornamentje.

Het gaat erom de spanning op te bouwen voordat je weer terugkeert naar de E7.

Let bij het spelen op dat je de snaren niet per ongeluk dempt met je vingers. Oefen de overgang van E7 naar A7 en dan naar B7 langzaam. Zorg dat elke noot zuiver klinkt voordat je het tempo opvoert.

De ritmische kern: De shuffle

Het hart van “Pride and Joy” is de shuffle-ritme. Dit is een ritmisch patroon dat heel typisch is voor blues en rock.

In plaats van gelijkmatige achtsten, speel je een soort van 'triplet' gevoel: lang-kort, lang-kort.

Dit geeft de muziek die kenmerkende swingende beweging. De intro speelt zich af rond de 120 slagen per minuut (BPM). Het is verleidelijk om snel te willen spelen, maar de kracht zit hem in de consistentie.

Gebruik een metronoom om dit ritme onder de knie te krijgen. Tel de maat in vier tellen (1-2-3-4) en speel de achtste noten als "trip-let" of "doo-ba, doo-ba". Wil je een echte klassieker oefenen? Leer dan de Hoochie Coochie Man riff. Vaughan speelde de riff met een zogenaamde "pump" beweging. Dit betekent dat je de noten niet alleen aanslaat, maar ook een beetje 'palm mutet' (dempt met de handpalm) om een percussief geluid te creëren.

De "pump" techniek

Je hand beweegt een beetje mee met de maat. Dit zorgt voor de drive in het nummer.

Probeer dit niet te forceren, maar laat het ontstaan uit de beweging van je rechterhand. De combinatie van de open snaren en de gedempte klanken geeft de riff zijn karakter.

De klank: Gitaar en versterker

Om de sound van Stevie Ray Vaughan te benaderen, is de klank net zo belangrijk als de noten. Vaughan speelde op een Fender Stratocaster, meestal uit 1960 of 1962. Deze gitaren hebben een heldere, scherpe klank die goed past bij bluesrock.

Voor de versterker zat er een typisch 'Texas' geluid in zijn setup.

Hij gebruikte vaak een Fender Blackface versterker (zoals de Super Reverb) met veel volume. De klank was schoon, maar met veel 'bite'.

Hij gooide de bas laag en de middentonen hoog. Als je een multieffect pedaal of een simpele versterker hebt, probeer dan een clean klank te vinden met een beetje 'drive' of 'overdrive'. Het moet niet vervormd klinken als een heavy metal band, maar wel randje hebben. De boost kwam vaak van een Ibanez Tube Screamer pedaal, wat de klank extra dik maakte.

Stap-voor-stap: De intro spelen

Laten we de riff nu in delen bekijken. We beginnen bij de E7 en bouwen op.

Begin op de 6e snaar (de dikke E-snaar). Speel de open snaar.

Stap 1: De E7 start

Daarna druk je op de 2e fret van de D-snaar (de noot E) en de 2e fret van de G-snaar (de noot A). Dit is de basis van de E7. Je speelt deze combinatie met een 'down-up' beweging van je plectrum. Herhaal dit patroon een paar keer om het ritme te voelen.

Vanuit de E7 beweeg je naar de A7. Dit is de makkelijkste stap.

Stap 2: De A7

Je speelt de open A-snaar (5e snaar), en voegt de 2e fret van de D-snaar toe (de noot E) en de 2e fret van de G-snaar (de noot A). Let op: bij de A7 hoef je de lage E-snaar niet aan te slaan. Oefen de overgang van E7 naar A7 soepel.

Na de A7 komt de B7. Bij de B7 druk je op de 2e fret van de A-snaar, de 4e fret van de D-snaar, de 4e fret van de G-snaar en de 4e fret van de B-snaar.

Stap 3: De B7 en terug

In de intro speelt Vaughan deze niet als een volledig vast akkoord, maar als een beweging.

Vaak speelt hij de B7 als een 'power chord' op de lagere snaren. Na de B7 keer je direct terug naar de E7. Wil je meer leren over The Thrill Is Gone in B.B. King stijl? Deze cyclus herhaalt zich continue.

Stap 4: De timing

Zodra je de vingerzetting kent, focus op de timing. Speel de riff in een 4/4 maat.

De shuffle voelt aan als: een-en-twee-en-drie-en-vier-en, maar met een 'swing' erop.

Het is een continue stroom van noten. Als je merkt dat je stopt of haper, speel dan eerst langzamer. Bouw het tempo op tot je de 120 BPM haalt.

Technieken: bending en vibrato

Wat de riff echt tot leven brengt, zijn de extra technieken. Stevie Ray Vaughan was een meester in het bewegen van de snaren.

Bending

Tijdens de riff voegt Vaughan soms een 'bend' toe. Dit is het optrekken van een snaar om de toonhoogte te verhogen.

Vibrato

In de intro van "Pride and Joy" is dit niet extreem complex, maar het voegt emotie toe. Probeer op de hoge E-snaar (1e snaar) een noot iets omhoog te buigen. Het gaat hier vooral om gevoel; je hoeft geen exacte halve tonen te halen, het mag klinken als een zucht.

Vibrato is het trillen van de noot door je vinger heen en weer te bewegen op de snaar. Vaughan had een breed, snel vibrato. Gebruik dit op de langere noten in de riff, zoals de open E-snaar. Dit geeft de noot een levendig, zingend karakter.

Veelvoorkomende fouten

Er zijn een paar dingen waar beginners vaak tegenaan lopen bij het spelen van deze riff. Ten eerste: het dempen van de snaren.

Omdat je veel open snaren speelt, moeten je linkerhandvingers oppassen dat ze niet per ongeluk andere snaren raken. Dit doodt de resonantie. Oefen elke noot apart om te horen of hij helder klinkt.

Ten tweede: de timing. Het is makkelijk om te snel te gaan of de shuffle te verliezen.

Blijf bij je metronoom. Ten derde: de klank. Probeer niet te veel gain (vervorming) te gebruiken. De kracht van Vaughan zat in zijn dynamiek, niet in lawaai.

Conclusie

De intro van “Pride and Joy” is een masterclass in minimalistische gitaarmuziek. Het combineert een simpele akkoordprogressie met een onweerstaanbare groove en een zorgvuldig gekozen klank. Door te oefenen op de E7, A7 en B7 akkoorden, en door de shuffle-ritme onder de knie te krijgen, speel je al snel een van de bekendste riffs uit de bluesgeschiedenis. Onthoud dat het niet alleen om techniek gaat, maar om gevoel. Dus pak je gitaar, zet je versterker aan en speel die pure "Pride and Joy".


Jan Vermeulen
Jan Vermeulen
Blues gitarist en gitaar expert

Jan Vermeulen is een ervaren blues gitarist met een passie voor gitaar advies.

Meer over Blues gitaar leren spelen

Bekijk alle 24 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Blues gitaar leren: het complete stappenplan voor beginners
Lees verder →